| 1935. Werkloosheid alom. In de
centrale werkplaats, waar jongeren werden bezig gehouden, werd ook gedamd
en geschaakt. Vooral dankzij de match Euwe--Aljechin nam de belangstelling
voor het schaken enorm toe. In november -- Euwe ‘dreigde' te gaan winnen
-- laaide het enthousiasme hoog op. Schaken was ‘in'. Zelfs deftige
kranten besteedden hele pagina's aan de match en de entourage. Via de vertrouwde
‘stoom'-radio hoorden we liedjeszangers als Koos Speenhoff over ‘Stil,
we schaken' of ‘ome Barend doet aan schaken, Ida zes, Gerrit vier, Anton
acht.'
De vooroorlogse jaren
In Sliedrecht staken drie jongelui, Arie den Boef, Jan Koppelaar en
A. Nederlof de koppen bij elkaar. ‘Zouden we geen club oprichten?' Een
advertentie in het gratis huis-aan-huis verspreide advertentiekrantje van
Timmermans riep belangstellenden op voor een voorlopige vergadering. De
zaak rolde vanzelf verder en op 18 november werd de vereniging officieel
gevormd, met alles erop en eraan. Er waren ongeveer 50 leden. Daaronder
Adriaan T. Visser. L. Scheermeijer werd voorzitter en zou dat tot 1970
blijven!
De contributie werd bepaald op 20 cent per week. Dat was wel zo'n 1%
van het bruto-salaris van een geschoold vakman en meer dan 2% van de werkloosheidsuitkering!
De eerste bedankjes wegens contributie-achterstand kwamen al na drie weken!
Het ledenaantal was hoog, omdat er nog geen concurrentie was van televisie,
video of discotheek. En de mensen hadden het toen ook nog niet zo druk
met andere bezigheden.
Hoe stond het met het materiaal? De zelfwerkzaamheid stond hoog in het
vaandel. Borden, opbergkast, demonstratiestukken werden zelf gemaakt. Klokken
werden niet gekocht. dat was nog veel te duur; Fl 10,00 per stuk.
In den beginne waren er twee clubavonden per week. Er is zelfs even
sprake geweest van een derde, zogenaamde instructie-avond.
De club groeide in korte tijd naar 80 leden. In de periode mei--september
was de opkomst duidelijk minder, maar veel inventiviteit was aanwezig om
leden te blijven trekken. Zo werd een kampioenschap `Langs de Merwede'
georganiseerd en werden er trio- wedstrijden, vierkampen, nederlaagwedstrijden
en snelschaakcompetities gehouden.
De huisvesting was voor vele verenigingen een probleem. Zo ook voor
de nieuw opgerichte dam- en schaakvereniging. De start vond plaats in het
CMJV-gebouwtje, vooraan de Stationsweg. Geen kantine, geen bar, kleine
bovenzaaltjes waar in rook en smook sprankelende partijen en vloeiende
combinaties her gemis aan vloeibare consumpties moesten doen vergeten.
De zaalhuur was heel hoog, namelijk Fl 1,75 per avond.
Na een jaar had men het daar wel gezien en verhuisde men naar Merwezicht
aan het Middenveer. Grotere zaal, zaalhuur slechts Fl 1,00 per avond, plus
de mogelijkheid van heerlijk helder……. Maarrrr: de verleiding met hoofdletters
was dichtbij. Snel een partijtje schuiven, snel remise maken en dan naar
het biljart, terwijl een pilsje ongeveer 5 cent kostte. Een sigaret kostte
1 cent.
Het ledental zakte gestaag tot omstreeks dertig en er werd nog maar
één avond per week gespeeld. Eén tafel was voor de
schakers en de andere voor de dammers.
Er kwam een jeugdafdeling van 19.00 tot 20.00 uur. Wat een lawaai en
wat een vernielingen aan het meubilair. Meijer, de eigenaar, stelde het
zelfs formeel aan het bestuur: de jeugd eruit of de gehele club. Nou, toen
ging dus de gehele club en wel terug naar het CMJV-gebouw! In de bovenzaaltjes
kon men herrie maken zoveel men wilde en het meubilair was zodanig, dat
er geen vernielingen aangericht konden worden.
Het jeugdschaken stond onder leiding van Scheermeijer, die de jeugd
eerst onderling partijen liet spelen en vervolgens zelf simultaan gaf.
Bij winst kreeg de jeugd een reep chocolade en Scheermeijer zorgde er wel
voor dat de jeugd meestal won! Uit deze jeugd kwamen de trouwe leden Bas
Hokken, Kors Visser en Huib Versteeg voort.
Publiciteit werd vooral verkregen door de uitslagen in de plaatselijke
kranten te vermelden. Het bestuurslid B.G. Stevens, tevens gemeenteraadslid
van Hardinxveld-- Giessendam, kreeg zelfs een vaste rubriek dammen in `Rondom
de Giessen' en becommentarieerde en analyseerde daarin op bekwame wijze
partijen uit de onderlinge en later externe competitie.
Opvallend zijn de notulen van de eerste jaarvergadering. Volgens De
Prediker is er `Niets nieuws onder de zon' en dat bleek ook toen al. De
vergadering liep gesmeerd tot…. Juist, de rondvraag. Daar kwamen toen al
de nu nog steeds gestelde volgende vragen/opmerkingen aan de orde:
• Klachten over het te laat beginnen van de partijen!
• Klachten over te veel lawaai.
• Klachten over het zonder bericht wegblijven van externe wedstrijden.
• Vragen over jeugdschaken, bibliotheek.
• Vragen met betrekking tot contributie-achterstand!
• Afgebroken partijen die binnen twee weken uitgespeeld moeten worden
en wat nooit gebeurt!
In 1937 trof de vereniging een grote ramp. Bij een uitwedstrijd van
schakers geraakte bij het parkeren (in noodweer) één van
de auto's in de Lingehaven te Gorinchem. Er waren twee slachtoffers. De
verslagenheid was groot.
In 1939 werd besloten de clubavond op donderdag te gaan houden. Dat
betekende opnieuw een verhuizing en wel naar Bellevue aan de singel. In
september 1940 werd Bellevue echter ingevorderd door de Duitse bezetters
en zo zat onze vereniging aan het einde van het eerste lustrum in een schoollokaal
van voormalige School I. In vijf jaar tijd vijf maal verhuisd!
Er werd ook besloten om bondswedstrijden te gaan spelen. Dat betekende
echter dat er klokken aangeschaft moesten gaan worden. Ook betekende dat
een contributie-afdracht aan de bond. De RSB berekende Fl 26,50 voor één
tiental met 2 reserves. (Tegenwoordig moet ieder lid aangemeld worden bij
de bond en is de afdracht ongeveer Fl 75,00 per lid per jaar.)
Om financiële redenen werd onze vereniging daarom lid van de goedkopere
Stichts-- Gooise Schaakbond, die ons indeelde in een speciale Gorinchemse
afdeling.
De dammers gingen naar de Nederlandse Dambond, district Dordrecht, onderafdeling
Alblasserwaard.
Wat waren nu de resultaten in de vooroorlogse jaren? De schakers werden
in de seizoenen '36/'37 en '37/'38 kampioen, maar droegen in het daaropvolgende
seizoen de rode lantaarn.
Een tweede team nam alleen in het seizoen '37/'38 deel en eindigde als
hekkensluiter.
De dammers werden in de seizoenen '36/'37, '37/'38 en '38/'39 kampioen
en mochten eindelijk in 1939 promoveren naar het district Dordrecht, waar
hun debuut eindigde in de middenmoot.
Individueel speelden toen ook menig spelers van onze vereniging regelmatig
toernooitjes in de omgeving. Zo werd bijvoorbeeld B. de Jong in 1939 kampioen
van de districtsdambond Dordrecht en verwierf hij daarmee het recht om
mee te doen in de wedstrijd om het provinciale damkampioenschap.
In die vooroorlogse jaren werd er ook menig evenement georganiseerd.
Zo kwam wereldkampioen dammen Bernard Springer in 1936 naar Sliedrecht
om een simultaan te geven aan 41 borden (resultaat: +33, =4, -4).
In 1937 werd er een feestje gebouwd naar aanleiding van de kampioenschappen
van zowel de dammers als schakers. Voor Fl 20,00 kon een leuk feestje gevierd
worden: iedereen kreeg 2 consumpties, 1 sigaar en 1 gebakje, terwijl ook
de muziek en de zaalhuur van die twintig gulden werden betaald!
Ook het fenomeen gongwedstrijd deed zijn intrede. Stelt u zich het volgende
voor: iedereen achter de borden. Eén man, liefst met licht sadistische
inslag, heeft een elektrisch belletje voor zich en een klokje. `Rrrrranggg….'
wit moet zetten, `Rrrrranggg….' 20 seconden later moet zwart zetten…. Enzovoorts,
tot alle partijen uit zijn. `s Nachts schrok je nog om de 20 seconden wakker!
Het Sliedrechtse Onderlinge Spektakel leverde natuurlijk ook toen al
ieder jaar een kampioen op. Ook toen al was het de wedstrijdleiders en
het bestuur een doorn in het oog, dat slechts enkele leden de volle competitie
uitspeelden, maar het merendeel slechts de helft of iets meer van de partijen
gespeeld hadden. Ook moesten er toen veel afgebroken partijen gearbitreerd
worden.
Kampioen in het eerste lustrum werden: Jan Koppelaar in de seizoenen
'35/'36 en '36/'37 zowel bij het dammen als bij het schaken, bij de dammers
vervolgens B. de Jong, en P. vd Aa, terwijl bij de schakers H. de Groot,
Adriaan T. Visser en P.C. Parel met de eer gingen strijken.
Mede-oprichter W. Aartsen werd in 1938 als ere-lid benoemd vanwege zijn
inzet in de beginjaren van de vereniging en omdat hij in 1938 naar Wageningen
verhuisde. Aartsen stelde bij zijn afscheid een wisselbeker beschikbaar,
waar de volgende jaren fel om werd gestreden door de schakers.
De jaren '40--'50
Voor iedere vereniging waren de oorlogsjaren, voor wat betreft de huisvesting,
een probleem. En voor de individuele leden waren er nog heel wat meer en
belangrijkere problemen op te lossen.
Het einde van ons eerste lustrum (november 1940) werd er dus gedamd
en geschaakt in het achterste, ongebruikte en verduisterde lokaal van de
oude (en allang afgebroken) Openbare Lagere School I. Tussen oude
banken, bestofte oude leesboeken, ongebruikte Aap-noot-Mies-plankjes en
kapotte ezels werden de stukken verplaatst en de schijven verschoven.
Na een halve winter moest ook dit speellokaal worden verlaten en kwam
de vereniging terecht tussen de orgels en piano's in het werkvertrek van
de Firma Meijer bij de Oosterbrug. Daar werd gespeeld tot het vroege voorjaar
van 1943. Op dat moment kwam caf\é Middenveer (of Merwezicht zoals
het officieel heette) weer vrij. Daar werd geschaakt tot 1964, met een
onderbreking van half mei 1944 tot het late najaar van 1945. Na de beruchte
razzia van 16 mei 1944 kwam het verenigingsleven in Sliedrecht vrijwel
tot stilstand. Toen kwam de hongerwinter en na het einde van de oorlog
duurde het toch nog tot oktober/november van 1945 voordat er weer wat leven
in de brouwerij kwam.
De dammers speelden in die tijd een nogal vreemd competitiesysteem:
eerst 9 ronden spelen voor de externe competitie, om daarna pas aan de
interne competitie te gaan beginnen. Voor nieuwkomers een onaanvaardbaar
systeem.
Ook was het voor nieuwkomers lastig om zich tussen de vaste kern te
spelen. De Sliedrechtse damtop bestond uit een zestal zeer sterke dammers,
die zo in de hoofdklasse konden meespelen. Om daar als nieuwkomer
van te winnen was bijna onmogelijk. De damafdeling kende steeds minder
leden en gaf er in 1950 dan ook de brui aan. In de loop van 1952 werd nog
een poging ondernomen de damafdeling nieuw leven in te blazen, maar na
ongeveer zes weken was dit strovuurtje opgebrand.
Voor de opheffing van de damafdeling waren de resultaten van de Sliedrechtse
dammers indrukwekkend te noemen, individueel en als team. Met spelers als
Bas de Jong, Arie Visser, Jac. Bosse, Piet van der Aa, Maarten Boer en
Arie Koppelaar werd zelfs de landelijke hoofdklasse bereikt. Na opheffing
van de damafdeling vertrokken deze spelers allemaal naar Papendrecht, dat
prompt promoveerde naar de landelijke hoofdklasse.
De schakers besloten om in 1941 deel te nemen aan de externe competitie
van de Stichts--Gooise Schaakbond van de Nederlandse Schaakbond (na de
oorlog werd dat pas KNSB).
Schaakvereniging Sliedrecht werd ingedeeld in de ongunstige Gorinchemse
afdeling, met verenigingen als GSC, NGSV en West. Gestart werd er in de
vierde klasse.
In de seizoenen '41/'42 en '42/'43 werd Sliedrecht kampioen, maar promotie
was onmogelijk! In de daaropvolgende twee seizoenen werd er om begrijpelijke
redenen niet gespeeld.
In het seizoen '45/'46 werd Sliedrecht weer ingedeeld in de Gorinchemse
afdeling, maar doordat enkele verenigingen waren gefuseerd bleef het aantal
tegenstanders beperkt, zodat er een dubbele competitie moest worden afgewerkt!
In het daaropvolgende seizoen werd Sliedrecht in de derde klasse ingedeeld
en werd prompt kampioen, met promotie naar de tweede klasse tot gevolg.
In het seizoen '47/'48 eindigde Sliedrecht op een derde plaats en in
het seizoen '48/'49 op een vijfde plaats.
Omdat de speeldag van zaterdagmiddag naar de clubavond werd verplaatst,
werd het reizen naar uitwedstrijden een probleem. Weinig leden bezaten
een auto en wedstrijden in Hilversum waren op een doordeweekse avond zeker
niet aantrekkelijk. Daarom werd besloten om de SGSB te verruilen voor de
Rotterdamse Schaakbond.
Het Sliedrechtse Onderlinge Spektakel werd vooral beheerst door P.C.
Parel, die in de jaren '40--'50 acht keer clubkampioen werd. Alleen in
de seizoenen '44/'45 (niet gespeeld) en '47/'48 (Bas Hokken, de vader van
Wim) werd hij niet als kampioen geëerd.
Op het moment dat extern moest worden gespeeld, waren klokken ook verplicht.
Deze moesten worden aangeschaft en onder de leden werden aandeeltjes geplaatst,
die toen ze werden uitgeloot, vrijwel allemaal zonder verzilvering aan
de penningmeester werden teruggeven! Zo konden de klokken zonder al teveel
kosten worden gekocht.
De Sliedrechtse spelers waren niet gewend om met een klok te spelen
en dat leidde regelmatig tot vreemde situaties. Zo werd nooit de klok ingedrukt
wanneer de tegenstander nog niet was gearriveerd en werd de klok bewust
niet ingedrukt wanneer de tegenstander in tijdnood was. De tegenstanders
deden dit natuurlijk wel en dit leidde tot vragen tijdens de jaarvergadering.
De meesten vonden het onsportief gedrag van de tegenstander, maar na uitleg
van de wedstrijdleider werd voortaan wel de klok op tijd ingedrukt!
Met de kerst 1948 werden caféhouder Meijer, tevens lid van onze
vereniging, het slachtoffer van een ruzie in zijn café, waarbij
hij tussenbeide probeerde te komen. Zijn opvolger bleek al spoedig zelf
de beste --maar niet betalende-- klant en stond dus weer snel op straat.
Voor school- en jeugdwedstrijden was weer meer belangstelling. Meestal
werd er in de kerst- en paasvakantie gespeeld in de vorm van vijtallenwedstrijden.
De jaren '50--'85
De huisvesting bleef stabieler dan voorheen. Tot 1964 werd gespeeld
in de bovenzaal van `Merwezicht' aan het middenveer. De toenmalige beheerder
exploiteerde er een dansschool en toen er ook op donderdagavond gedanst
ging worden, werd besloten om te verhuizen. Schaakvereniging Sliedrecht
verhuisde naar Café Schalk (nu De Huifkar geheten) en is daar nog
steeds. Alleen in het seizoen '74 /'75 werd er gespeeld in de Bonkelaar.
Vanaf 1950 werd eer ook gespeeld in de RSB. Dat was wennen, omdat de
sfeer duidelijk minder gemoedelijk was dan die in de SGSB.
Het eerste team kwam terecht in de derde klasse en het tweede team debuteerde
in de vierde klasse. Sliedrecht 1 eindigde achter Barendrecht 1 op de tweede
plaats, terwijl Sliedrecht 2 vóór Barendrecht 2 kampioen
werd.
Omdat beide teams nu in dezelfde klasse gingen spelen, werd er een aparte
Dordtse afdeling gevormd met 7 teams (samen met ODI 3, ODI 4, Barendrecht
2, Excelsior 1 en Excelsior 2). De Sliedrechtse teams eindigden als nummer
1 en 2! Het eerste team eindigde met en score van 12 punten en 50½
bordpunten! Er werden slechts 9½ bordpunten aan de tegenstanders
gegund.
Het eerste team promoveerde naar de tweede klasse, in het seizoen '54/'55
zelfs naar de eerste klasse, alwaar het twee seizoenen werd uitgehouden.
Pas in het seizoen '64/'65 werd weer naar de eerste klasse gepromoveerd.
Tussen '45/'46 en '84/'84 passeerde Sliedrecht 1 niet minder dan 14
keer de promotie- degradatiestreep. `Heen en weer' heette dat Volendamse
bootje, toch?
In die jaren speelde het eerste team in 38 competities: 4 keer in de
derde klasse, 16 keer in de tweede klasse, 17 keer in de eerste klasse
en 1 keer in de promotieklasse.
Het tweede team (vroeger tientallen, tegenwoordig achttallen) speelde
27 keer in de derde klasse. in de overige jaren kon geen tweede team op
de been worden gebracht.
In de periode '62/'63 tot en met '76/'77 (met uitzondering van '70/'71)
kon zelfs een derde team op de been worden gebracht. Dat team speelde 5
keer in de derde klasse en 9 keer in de vierde klasse.
In deze periode bereikte het bekerviertal ook één keer
de finale van de bekercompetitie van de RSB. Het viertal bestaande uit
Wim Hokken, Wout Boer, Jerry van Rekom en Rob Klop moesten echter in Krimpen
(met Karstan, Hoogland, Van Keulen en Werksma) hun meerdere erkennen.
In deze periode werden ook vele simultaanséances gehouden of
eraan deelgenomen. In de loop der jaren werden vele prominente schakers
naar Sliedrecht gehaald om simultaan te geven. Zo waren er Lex Jongsma
in 1960, Leo Kerkhoff in 1964, Jan Hein Donner en Berry Withuis in 1966
en Max Euwe en Bert Zuidema in 1973 (ter gelegenheid van de opening van
de Bonkelaar). Ook de eigen leden, zoals Bas Hokken, gaven regelmatig simultaans.
Voor wat de clubkampioenen betreft wordt verwezen naar het hoofdstukje
wat nog volgt. Daarin worden alle kampioenen genoemd. Wel is het duidelijk
dat P.C. Parel meestal de dienst uitmaakte en zich als twintigvoudig clubkampioen
onsterfelijk heeft gemaakt. Een grootse prestatie, die bijna onmogelijk
verbetert kan worden.
Enkele opmerkelijke gebeurtenissen uit deze periode zijn:
• Het seizoen '54/'55 kende de vereniging het minst aantal leden, namelijk
22. Opvallend was wel dat in geen enkele bondswedstrijd (met twee teams)
onvolledig werd aangetreden. Bovendien werd het eerste team kampioen!
• Het seizoen '56/'57 kende de slechtste opkomst, vanwege de aanvang
van het televisie-tijdperk. Hooguit tien schakers waren per avond aanwezig.
Het was dan ook geen wonder dat beide teams degradeerden!
• In het seizoen '58/'59 waren beslissingen van wedstrijdleider Van
Tiggelen (RSB) al curieus. Zo eindigde de wedstrijd Sliedrecht 1—Charlois
3 in 5—5, ondanks dat Charlois niet kwam opdagen.
• In 1959 kwam de gemeentelijke subsidie om de hoek kijken. Het accepteren
daarvan betekende aanpassing van de statuten en koninklijke goedkeuring.
Dat proces nam enkele jaren in beslag!
• In en rond 1963 organiseerde V&D enige simultaans met grootmeesters.
Zo traden Sliedrechtse schakers onder ander aan tegen Smyslov, Trifunovitch,
Tal, Euwe, Donner, Szabo, enzovoorts. Een prachtige propaganda voor het
schaken!
• In 1964 werd het traditionele eiersnelschaken met Pasen ingevoerd.
Dat heeft in de loop der jaren de nodige commotie opgeleverd.
• In 1965 startte toenmalig secretaris P.C. Parel met de ‘mededelingenblaadjes'.
Daarin stond alle informatie die van belang waren voor de leden.
• In 1977 startte de redactie, toen bestaande uit Arie Bot, Peter Kraaijeveld
en Ton Slagboom, met een clubblad.
Wat betreft de onderlinge competities kan nog gemeld worden dat altijd
volgens het 1-punt-per-winstpartij-systeem is gespeeld. Echter met uitzondering
van de jaren tussen 1961 en 1965 en de jarentussen 1973 en 1975, waarin
het zogenaamde Keizers- systeem werd gehanteerd.
In de loop der jaren hebben Sliedrechtse schakers vele successen behaald
in toernooien, zowel in binnen- als buitenland. Zo werd Wim Hokken kampioen
van de Drechtstreek en werd Jerry van Rekom jeugdkampioen van de Drechtstreek.
Ook in het bedrijfsschaak werden grote successen behaald door onder andere
Paul's Tapperij en Hermandad.
De jaren '85--'95
In deze periode was de huisvesting geen probleem. In de bovenzaal van
bar De Huifkar van familie Leeuwestein was en bleef de speelzaal. In barkeepster
Anita heeft Schaakvereniging Sliedrecht een perfecte gastvrouwe gevonden.
Zij behoort als het ware tot de inventaris en een clubavond zonder Anita
is geen clubavond.
De resultaten van de externe teams werden beter en beter. Ook het aantal
teams nam toe. Van eerst drie teams naar vier en uiteindelijk zelfs naar
vijf teams.
Het eerste team schreef in deze periode historie om kampioen van de
Rotterdamse Schaakbond te worden en zodoende te promoveren naar de landelijke
competitie van de KNSB. In het seizoen '/90/'91 zorgden de volgende spelers
voor de historische overgang naar de landelijke competitie: Bert vd Donk,
Wim Hokken, Wout Boer, Ton Slagboom, Bert Terlouw, Jerry van Rekom, Peter
Kraaijeveld en Rob Klop.
Opvallend waren ook de resultaten van de overige teams. Zo kon regelmatig
een kampioenschap gevierd worden, van zowel tweede, derde en vierde team.
een vijfde team werd opgericht en de resultaten van dit zogenaamde Dreamteam
worden steeds beter. Daar valt nog wat van te verwachten de komende seizoenen.
Opnieuw werd een keer de finale van de bekercompetitie van de RSB behaald.
Tegen Capelle werd het echter de verkeerde 2--2. Het viertal Wim Hokken,
Wout Boer, Bert van de Donk en Jerry van Rekom kwam dus net tekort tegen
de gebroeders Trimp, Hijman en Hylkema.
In de onderlinge competitie waren het vooral Wim Hokken en Bert van
de Donk die de dienst uitmaakten. Al konden Jerry van Rekom (2x), Leo Jansen
(1x) en Henny Naaktgeboren (1x) ook de wisselbeker in ontvangst nemen.
De aantrekkingskracht van een landelijke schaakvereniging werd ook duidelijk.
Regiotoppers als Henny Naaktgeboren, Leo Jansen, Bert van de Donk, Berend
Eikelboom en Hans Klein kwamen onze vereniging versterken.
Het waren niet allemaal blijvertjes, maar hun inbreng voor het eerste
team was en is groot. Opvallend is wel dat de Sliedrechtse toppers als
Wim Hokken, Jerry van Rekom en Wout Boer Sliedrecht trouw bleven (en blijven),
ondanks het feit dat ze elders misschien wel hoger (hadden) kunnen spelen.
Het clubblad heeft een grote opmars gekend in deze periode. Vooral de
huidige redactie, bestaande uit Jerry van Rekom, Ronald Breedveld en Rob
Klop, maken er elke keer een fraai boekwerk van. En over boekwerken gesproken.
In de afgelopen jaren heeft de redactie voor enkele fraaie uitgaven gezorgd.
Zo schreef Jerry van Rekom het boekje ‘Schaak Smakelijk', terwijl Ronald
Breedveld in samenwerking met Jerry van Rekom, Wim Hokken en Rob Klop drie
fraaie toernooiboeken maakte van onze onderlinge competitie.
In deze jaren werkt de redactie aan het Jansen-project, waarin het systeem
van Leo Jansen, wordt geperfectioneerd en wordt uitgediept.
Internationale successen waren er voor schaakproblemist Henk Prins en
de correspondentieschakers Hans van Schaaik en Marius van den Dool. Ook
in Antwerpen sloeg een viertal hard toe tijdens een internationaal rapid-toernooi.
Ook het team van Hermandad bewees tot de sterkste bedrijfsteams van Nederland
te behoren.
Individueel waren er successen voor Bert van de Donk (eerste) en Ton
Slagboom (tweede) bij het Fokkertoernooi.
Schaakvereniging Sliedrecht heeft ook al jaren de organisatie van het
Alblasserwaardtoernooi voor zijn rekening genomen. Dit uiterst gemoedelijke
toernooi is uiterst populair in de regio.
De jaren '95--'00
In deze periode wordt de vereniging steeds sterker. Het eerste team
verblijft nog steeds in de KNSB en de overige teams behalen goede resultaten
in de onderbond.
In 1997 maakt Schaakvereniging Sliedrecht furore bij de uitgifte van
de eerste druk van het boekwerk ‘De Leeuw, hét zwarte wapen'. De
auteurs Leo Jansen en Jerry van Rekom zetten de vereniging definitief op
de kaart in Nederland.
In 1998 volgt de tweede druk van het boekwerk. De uitgifte heeft plaats
met onder andere een zeskamp waar niet alleen de auteurs aan meedoen, maar
ook Jan Timman en Vlastimil Hort.
In het jaar 2000 komt zelfs een derde druk uit en tevens wordt er een
pocketboekje – ‘Levenslang door de Leeuw' - over het ontstaan van de de
Leeuwboekwerken uitgegeven. Het succes is enorm. De auteurs schenken een
groot gedeelte van de opbrengsten aan de jeugdafdeling.
De jeugdafdeling maakt een flinke groei door. Door impulsen van vooral
Jerry van Rekom en Marius van den Dool groeit de jeugdafdeling uit naar
zo'n 30 leden, een record.
De resultaten van de jeugdafdelingen krijgen ook een beetje vorm.
In de strijd om de clubtitel mengen zich dit keer Leo Jansen en Kees
Wessels, die beiden hun clubtitel behalen. Wim Hokken zet zijn strijd
om het record van P.C. Parel (22 x clubkampioen!) te verbeteren voort met
drie titels.
In 2000 wordt de inmiddels tot ere-voorzitter benoemde P.C. Parel genomineerd
als sporter van de eeuw in Sliedrecht. Hij eindigt als gedeeld tweede.
De jaren '00--'05
De vereniging maakt prachtige jaren door, mede door de enorme groei
van de jeugdafdeling en de vele successen die de jeugdspelers behalen.
Zo worden Peter van den Bergh, Niels Mijnster en Robert van Rekom jeugdkampioen
van de Alblasserwaard, Jan-Pieter Vos en peter van den Bergh jeugdkampioen
in de A-categorie van de RSB en doet Naomi Snikkers dat in haar categorie
bij de meisjes. Jan-Pieter Vos, Naomi en Tabitha Snikkers, Peter van den
Bergh en Jesper Nederlof doen namens Schaakvereniging Sliedrecht mee aan
het NK. Naomi doet zelfs mee aan het EK in 2005 in Servië Montenegro.
Het A-team wordt ook kampioen van de RSB en doet al enkele jaren met
succes mee in de landelijke jeugdcompetitie.
De auteurs Leo Jansen en Jerry van Rekom trekken de wijde wereld in
met de vertaling van hun boekwerk - The Lion - en ontvangen reacties vanuit
de hele wereld.
In 2003 komt er een vervolg op de zwarte editie, namelijk ‘De Witte
Leeuw'. Mede dankzij de hulp van de helaas in datzelfde jaar overleden
Gerard Rammers en uitgeverij Schaaknieuws wordt ook dit boekwerk een succes.
In 2003 overlijdt ere-voorzitter P.C. Parel. Hij krijgt een waardig
eerbetoon in het clubblad. Een groot man ging heen, een man waaraan Schaakvereniging
Sliedrecht heel veel te danken heeft.
De teams behalen wisselende resultaten. In 2005 degradeert het eerste
team uit de KNSB. Het derde team kent een vrije val, maar kruipt uit een
dal. Vooral het jeugdige vierde team doet het uitstekend met een kampioenschap
en een promotie.
In de onderlinge competitie slaat vooral Jerry van Rekom toe, die 3
clubtitels toevoegt aan zijn eerdere 2 behaalde titels. Daarnaast blijft
Wim Hokken jagen op het record van P.C. Parel.
Bestuurlijk is er een grote verandering. Wout Boer neemt na een historische
vergadering de hamer over van Jan Veenis, die terecht geëerd wordt
en de gouden KNSB-speld krijgt van RSB-voorzitter Teun Koorevaar en tevens
wordt benoemd tot ere-lid. Ook Jan Willem Kraaijeveld ontvangt hetzelfde
speldje, vanwege zijn 50-jarig lidmaatschap van de KNSB.
Het bekerteam schrijft in 2004 historie door de bekercompetitie van
de RSB te winnen. Het team bestaande uit Wim Hokken, Willem Barendswaard,
Peter van den Bergh en Freek Terlouw weten in een zinderende finale Rotterdam
4 te verslaan. De derde keer werd dus scheepsrecht.
Andere opmerkelijke gebeurtenissen in deze periode:
• In 2005 heeft voor de vijfentwintigste keer het Alblasserwaardtoernooi
plaats. Voor de achttiende keer organiseert Schaakvereniging Sliedrecht
het altijd gezellige toernooi. Kees van der Does heeft alle edities meegedaan.
• Leo Jansen en Jerry van Rekom worden tot ere-leden benoemd (ze waren
al lid van Verdienste!).
• De in 2001 overleden Marius van den Dool laat zijn bibliotheek aan
schaakboeken (ruim 500) over aan de schaakvereniging.
• Robert van Rekom wordt 5 jaar op rij jeugdkampioen van Schaakvereniging
Sliedrecht.
• Schaakvereniging Sliedrecht gaat ook het web op: www.schakendsliedrecht.nl.
• De redactie van het clubblad maakt specials voor Jan Veenis, Hans
Berrevoets en Frank Stoute.
• In 2005 worden Willem Barendswaard en Jerry van Rekom de kampioenen
van het open kampioenschap van de Drechtstreek.
Gevecht tegen de bierkaai…
In al die jaren is er op velerlei gebied weinig veranderd. Kijkt u maar
naar het volgende:
In 1936 werd er dwingend voorgeschreven:
Er moet RUST zijn op de speelavonden. ALLE partijen MOETEN om ACHT uur
beginnen. Iedere WIT-speler zorgt voor de opberging van klok, bord en stukken
en controleert de inhoud van de doos der stukken. Tijdens de clubavonden
mogen GEEN alcoholhoudende versnaperingen worden genuttigd!
Deze regels zijn in de loop der jaren vele malen herhaald, aangeprezen
en als motie aangenomen.
In 1949 werd er zelfs een boete van een kwartje ingesteld op het niet
opbergen van bord, klok en stukken. De penningmeester is niet rijk geworden
van de kwartjes!
In 1965 werd bepaald, dat afgebroken partijen binnen twee weken moesten
worden uitgespeeld, anders volgt onherroepelijk arbitrage. Sommige partijen
moeten nu nog worden uitgespeeld!
Het gevecht tegen de bierkaai is volledig verloren. Dit vooral dankzij
de leden…. (Dat mag u zelf invullen.)
Dit was een korte bloemlezing uit de geschiedenis van Schaakvereniging
Sliedrecht. Natuurlijk is de opsomming niet compleet, maar de lezer krijgt
wel een goed beeld van hoe het schaakleven zich in de loop der jaren heeft
ontwikkeld.
P.C. Parel & Jerry van Rekom
|