Baggeraars en Ambachtsheren in evenwicht; eerste wedstrijdpunt ooit voor zesde team

De trotse teamleider

SLIEDRECHT – Ons zesde (talenten)team heeft een even historisch als heroïsch gelijkspel afgedwongen tegen de op papier veel sterkere tegenstander uit Hendrik-Ido-Ambacht. Onze gasten hadden gemiddeld ruim 300 ratingpunten meer, maar dat bleek niet genoeg om met de overwinning huiswaarts te gaan.

Nou moet gezegd: onze mannen vochten als leeuwen. Het begon eigenlijk al vóór de wedstrijd. De teamleider had min of meer bewust de opstelling pas laat bekend gemaakt om de spanning op te voeren. Eenmaal achter het bord gezeten kolkte de adrenaline door de aderen. De effecten bleven niet lang uit.

Ferhat gaf het goede voorbeeld

Ferhat Erdogan kwam al snel in een dubbel toreneindspel terecht en wist met zijn naar voren opgemarcheerde koning de torens optimaal te ondersteunen. Het begon met de winst van een  pionnetje. Met vaste hand schoof Ferhat het eindspel vervolgens uit. Een prima overwinning voor een meer dan ooit zelfbewuste Ferhat en een zeldzaam goede start voor het ‘talententeam’.

De op het laatste moment als invaller opgetrommelde Arie van der Starre had op papier ongeveer de helft van de ratingpunten van zijn tegenstander. Maar dat was niet te zien. Arie speelde met de zelfverzekerdheid van Magnus Carlsen,  alsof hij ook nooit een schaakpauze in zijn nog jeugdige leven had ingelast. En ook hier belandde de partij al snel in een eindspel, ditmaal een pionneneindspel met een (dubbel)pion meer voor de tegenstander. Arie wist echter een mooie blokkade op te bouwen en zijn tegenstander wist er niet doorheen te komen. Al met al een hele, héle knappe remise van Arie. En van zo’n talent hopen we natuurlijk dat we hem weer wat vaker op de schaakclub gaan zien.

Een voorsprong van 1,5-0,5 dus. Een ongekende weelde voor het dit seizoen debuterende zesde team. Zou het eerste wedstrijdpunt ooit eraan komen? We waren al vaker dichtbij geweest, maar telkens was het net niet. Hoe stonden de anderen? Op geen enkel ander bord leek voor een van de spelers winnend voordeel bereikt. Het kon echt nog alle kanten uit.

Even na half 11 moest kopman Leo Koppelaar zijn koning omleggen. Aanvankelijk was de partij ongeveer gelijk opgegaan en volgens Leo zelf had hij enig voordeel gehad. Maar na een ongelukkig torenverlies was er voor Leo geen houden meer aan. Hij vocht nog voor wat hij waard was – precies: als een Leo de leeuw –, maar het mocht dit keer niet baten: 1,5-1,5 en Leo kon naar de bar.

Johan speelde als een Godenzoon

Ondertussen had Johan Gijsen met een fraaie kleine combinatie de kwaliteit gewonnen. Hij had het eerste deel van de partij wat passief gestaan, maar had prima standgehouden. Met het kwaliteitsvoordeel was het nog allerminst makkelijk, omdat de stukken van de tegenstander wat beter samenwerkten. Na een spannend slotspel met vlak na elkaar promoverende witte en zwarte pionnen werd uiteindelijk de vrede getekend. Een zeer goede prestatie van Johan tegen deze bepaald niet malse tegenstander met een rating van ruim 400 punten meer. Tussenstand: 2-2.

Marcel Klein had zijn partij als altijd degelijk opgezet. Toch kreeg zijn tegenstander wat ruimtevoordeel en daardoor net wat makkelijker spel. Hoewel Marcel lange tijd geen duimbreed had toegegeven, moest hij laat op de avond toch een pionnetje inleveren. Of zeg maar rustig een vette pion, want in het pionneneindspel dat tenslotte ontstond gaf de extra centrumpion van de tegenstander de doorslag. Marcel kon niet anders dan opgeven en dat is niet zijn aard. Jammer, want toch goed gespeeld. En voor het eerst in de wedstrijd keken we tegen een achterstand aan: 2-3.

Martin speelde heel goed

En dan het spektakelstuk dat Martin de Beer en zijn tegenstander op het bord brachten. Met een al vroeg en ook correct loperoffer op f7 was Martin in het voordeel gekomen. Maar de stelling was ingewikkeld en na wat mindere zetten van Martin was het voordeel voor de tegenstander. Toen Martin daarna ook de open d-lijn moest prijsgeven, kwam het er voor hem steeds donkerder uit te zien. Dameruil hielp ook al niet veel (en daar moet je sowieso zuinig mee zijn). Er kwamen vervelende matdreigingen in beeld en ook dreigde voortdurend materiaalverlies. Slechts met omzichtig en passief spel konden beide wegen naar verlies vermeden worden. Maar de tegenstander wist wel geleidelijk zijn positie te versterken door met de koning zijn stukken in de aanval te ondersteunen. Uiteindelijk was het toch nog onverwachts in één klap uit na een kleine maar vernietigende combinatie van de tegenstander die een spoedig mat onafwendbaar maakte. ‘Een partij die beide spelers tot eer strekt’, zeiden ze dan in de tijd van oud-wereldkampioen Euwe.

Met een tussenstand van 2-4 leken we wéér zonder wedstrijdpunten te blijven zitten. Eén enkel wedstrijdpunt zou ook voldoende zijn om de rode lantaarn over te dragen. Met de resterende twee partijen was in de tijdnoodfase echter nog alles mogelijk, dus we hielden nog enige hoop.

Arco, de man in vorm

Arco van Houwelingen had tegen zijn ruim 400 ratingpunten sterkere tegenstander de hele avond al goed gespeeld. Arco is de laatste weken duidelijk de man in vorm. Het evenwicht leek lange tijd niet verbroken en ook in het eindspel met ongelijke lopers was moeilijk te zien hoe een van beide spelers zou kunnen winnen. Maar Arco zag het wel! Met op het juiste moment listige pionopmarsen op de h-lijn en op de c-lijn wist hij voor elkaar te krijgen dat de loper van de tegenstander overbelast raakte. Zo kwam hij na promotie een dame voor en dat voordeel liet Arco zich ook in de tijdnoodfase niet meer ontnemen: 3-4 en de spanning naar het kookpunt.

Het was Pieter Blokland die door de laatste partij te winnen voor het zo vurig gewenste gelijkspel van het team zou moeten zorgen. Maar dat was makkelijker gezegd en gehoopt dan gedaan. Pieter stond dan in een toren + loper/paard-eindspel wel een pion voor, maar zijn tegenstander wist het hem met een actieve toren en paard heel lastig te maken om voor de winst te kunnen gaan. Pieter zag weinig anders dan zetherhaling. Hij zat bovendien in uiterste tijdnood en moest elke zet binnen 15 seconden doen. Nou lijkt Pieter een koele kikker, maar deze spanning werd zelfs hem even te machtig. Want om bij déze wedstrijdstand en bij déze bordstelling aan de teamleider te vragen om met een remiseaanbod uit zijn lijden verlost te mogen worden, dát kan alleen door stoom uit de oren verklaard worden. En natuurlijk ‘gebood’ de teamleider Pieter om in het teambelang door te spelen. Met al die teamleden om het bord die snakten naar het eerste wegstrijdpunt in de historie van het zesde achttal. En Pieter spéélde door. En hoe! Het werd alles of niets. Hij wist zijn koning geleidelijk een veilige plek te geven en zijn toren maximaal te activeren. Een zinderend en niet geheel foutloos tijdnoodduel bracht de toeschouwers tot extase. En toen Pieter zijn winnende zet deed en zijn tegenstander opgaf, was met de 4-4-eindstand nieuwe geschiedenis geschreven.

Talloze gortdroge kelen spoedden zich naar de bar om dit te vieren. De sportieve tegenstanders zagen het allemaal vol verwondering aan. Ja, mannen, dit is het Sliedrecht van de aloude baggeraars voor wie geen zee te wild was. En als het karwei geklaard is, dan wordt dat gevierd. En het bleef nog lang onrustig in het bruisende baggerdorp.

In de talententeam-groepsapp verzuchtte ‘man of the match’ Pieter de volgende ochtend: ‘Ik weet niet hoe het met jullie bloeddruk staat na gisteravond, maar ik lijk geen blijvende schade te hebben.’

Pfff, wát een wedstrijd, wát een avond, wát een team, wát een club! Onbetaalbaar!

Iemand nog een biertje?

Dit bericht is geplaatst in Sliedrecht 6. Bookmark de permalink.

Geef een reactie